Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 15-01-2019

Het zal zeker niet alleen bij ons thuis gebeurd zijn dat - nadat de kerstversiering van zolder was gehaald - een broze gipsen herder zonder hoofd uit de doos tevoorschijn kwam. In huize Roefs voltrok deze kleine kerkelijke catastrofe zich vrijwel ieder jaar. Meestal ging het om die oude herder - gevolgd door een klein geluidloos keffend hondje - die ondanks alle houtwol en krantenpapier het loodje had gelegd. Hij hield zijn staf weliswaar nog stevig omklemd, maar het was duidelijk dat hij er met zijn hoofd niet meer bij was. Gelukkig bracht een tube bisonkit uitkomst en werd het euvel snel en vakkundig verholpen. En zo werden elk jaar telkens opnieuw de zwakkere broeders gelijmd om vervolgens - alsof er niets gebeurd was - als hele mensen hun plekje onder de kerstboom weer in te nemen. Nooit werd een beeldje weggegooid. Integendeel. Juist het beeldje dat er het ergst aan toe was, werd met de grootst mogelijke eerbied en voorzichtigheid behandeld.

Blijft beelden van de kerststal het trieste lot van de afvalbak meestal bespaard, met het beeld van God springen we vaak minder voorzichtig om. Het beeld van God: de mens, door God uit de klei getrokken, geboetseerd naar zijn beeld en gelijkenis - om met de woorden van het bijbelboek Genesis te spreken. Want ga maar na. In het leven van alledag zijn we vooral geneigd op te zien naar de sterken, naar hen die het gemaakt hebben. Naar de zogenaamd 'groten der aarde'. Naar onze BN'ers. Naar hen die zich - gewapend met hun creditcard - in de P.C. Hooftstraat te buiten gaan aan vaak wanstaltige luxe. Of met elkaar voor het oog van de camera - geheel in bling-bling-kerstsfeer - het glas heffen. Zij spreken, afgaande op de kijkcijfers, doorgaans meer tot de verbeelding dan zij die leven in vaak verpauperde volkswijken, gehavend, geschonden en getekend door het leven. Op een zijspoor gezet en uitgespeeld. Om vervolgens in hun boosheid, frustratie en wanhoop met een geel hesje de straat op te gaan. Maatschappelijk restafval.

Maar de wereld van de Schrift kent andere spelregels. Machtigen worden vernederd en van hun troon gestoten. Kleine en onderdrukte mensen worden uit het stof getild en krijgen de plaats die hen rechtens toekomt. Het doet me denken aan de titel van een prachtig lied van Huub Oosterhuis: 'Deze wereld omgekeerd...' De wereld zoals wij die kennen verandert van aangezicht. De gebruikelijke verhoudingen worden omgedraaid. En grondig ook.

Zo ook in het verhaal van Jezus' geboorte. De eersten die het goede nieuws te horen krijgen, zijn niet de groten en machtigen van die tijd –keizer Augustus, de landvoogd Quirinius, koning Herodes en andere potentaten, maar... mensen in de marge. Zomaar wat herders die in het open veld - dakloos, onbeschut - de wacht houden. Zij zijn de eersten. Zij die normaal gesproken achteraan staan of met de nek worden aangekeken. Tuig van de richel. Want dat is het in de ogen van menig brave burger in die tijd.

Maar plotseling komen juist deze mensen - letterlijk - in een ander licht te staan. 'Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer...', zo vernemen we in het geboorteverhaal van de evangelist Lucas (2, 9). Er is sprake van licht. Vanaf het allereerste begin van Jezus' leven. Licht. Een subtiele verwijzing naar het scheppingsverhaal waar het het eerste woord is uit Gods mond: 'Licht!' En zo laat Lucas zien wie Jezus in zijn ogen is. Licht uit Licht. Om met de woorden van de klassieke geloofsbelijdenis te spreken. Licht uit Licht. Het gelaat van God. Een mens van God - gekomen om de krachten van de duisternis te weerstaan. Gekomen voor mensen van goede wil. De kleinsten en zwaksten voorop.

De kleinsten en zwaksten voorop. Maar hoe anders is vaak de realiteit van alledag. De verschillen zijn niet zo groot - tussen toen en ginds en hier en nu. De groten en sterken kijken nog altijd neer op de kleinen en zwakken. De elite op het gewone volk. Politici op het stemvee. Ook vele godsdienstige leiders in Jezus' tijd vormen hierop geen uitzondering. Groot is vaak de verachting van deze eerbiedwaardige hoeders van de Wet jegens hen, wier manier van leven niet in overeenstemming is met de heilige regels en voorschriften, zoals deze door Mozes zouden zijn overgeleverd. Kijk ze daar eens lopen, al die hoeren, tollenaars en andere zondaars in het gevolg van Jezus. Al die simpele zielen die de joodse Wet niet kennen. Daar valt niets meer van te maken. Opruimen dus die handel! Menselijk restafval.

Maar Jezus van Nazareth kiest voor een ander geluid. Voor een andere weg. De weg van God. Niet een weg die ten dode voert, maar een weg ten leven. Hij heeft oor, oog en hart voor zwakke en gebroken mensen aan de kant van de weg. Hij heelt hen. En wel in de meest letterlijke zin van het woord. Hij maakt hen heel. Juist degenen wier leven de meeste en grootste krassen en scheuren vertoont, krijgen de aandacht. Op de eerste plaats voor hen gaat het licht op. Er daagt hoop. Uitzicht op beter. Ze krijgen hun toekomst terug. Ze worden 'omgeven door het stralende licht van de Heer...' (Lucas 2, 9) Dat betekent - in de taal van de bijbel: in dit kind is - in alle kwetsbaarheid - God zelf aan het licht gekomen. In een kind - wie het vatten kan, die vatte het - is God mens geworden. Geen mens met het hoofd in de wolken, maar geworteld in de aarde. Een mens die weet heeft van wat mensen soms dagelijks ondergaan. Een mede-mens. Een mens die - vanaf het allereerste begin - het bestaan van gehavende en gebroken mensen heeft willen delen. Een mens die het beeld is van een solidaire, partijdige God. Een God die ons de vraag stelt: 'Jij. Wat heb jij gedaan voor de minsten der mijnen?'

Een God die mens wordt. Maar daar blijft het niet bij. Althans, dat is niet de bedoeling. De vraag die blijft staan luidt, of het verhaal van toen en ginds ook nog betekenis heeft voor ons eigen hier en nu. Of wij - door samen zijn menswording te vieren - ook zelf kunnen groeien in ons mens-zijn. Zelf meer mens worden. Mede-mens. Elkanders bond- en tochtgenoot.

Als we de Schrift mogen geloven is dat inderdaad mogelijk. De profeet Jesaja - die we de laatste weken volop mochten beluisteren - roept mensen op te zijn als God. Maar hoe doe je dat - in godsnaam? Het antwoord is simpel. Door mensen de ruimte te geven. Door op te komen voor verdrukte en vertrapte mensen. Door ons brood te delen met hen die honger lijden. Door vreemdelingen in ons midden niet de deur te wijzen. Door kinderen die hier geboren zijn en opgegroeid niet uit te zetten naar een land dat niet het hunne is. Door solidair te zijn met 'hen die geen verweer hebben' [ ... ] en ons niet te onttrekken aan de zorg voor hen die op onze hulp zijn aangewezen. Ik moet denken aan die jonge man - ik schat hem zo'n vijfenveertig jaar oud - die nog niet zo lang geleden op TV te zien was. Hij zat in een rolstoel en was zwaar gehandicapt. Toch was hij er tot nog toe in geslaagd, zo vertelde hij de verslaggever, dankzij zijn PGB (persoonsgebonden budget) en de nodige hulp van familie en vrienden, zelfstandig te blijven wonen en zijn leven zo veel mogelijk naar eigen inzicht in te richten. En daar was hij dankbaar voor, want het gaf hem een groot gevoel van waardigheid. Maar sinds enige tijd maakte hij zich grote zorgen. Vanwege alle bezuinigingen op de gezondheidszorg - in het bijzonder op de PGB's - was het niet ondenkbaar dat hij - noodgedwongen - zijn intrek zou moeten nemen in een verzorgingstehuis. Vijfenveertig jaar oud. Wat - zo vraag ik me af - hebben we als samenleving voor deze mensen over? Mensen die - zulke geluiden klinken toch - onze samenleving meer kosten dan dat ze opleveren. Mogen ze er zijn? Doen ze er toe? Of schrijven we hen in stilte af? Als menselijk restafval.

En dan zie ik hem in één keer weer voor me, die oude, geschonden herder uit het doosje met de gipsen beelden. Die herder zonder hoofd. Die we toch ook niet weggooien. Misschien is het zaak dat we ook zelf ons hoofd erbij houden. Of liever nog: ons hart. En opkomen voor hen die 'met de brokken' dreigen te blijven zitten. Mens zijn. Dat is onze roeping. Mede-mens. En dat houdt in: beter een gelijmd hoofd vol goede wil dan een stel hersens vol kille berekening; beter een gebroken hart dan een hart van steen; en beter vuile handen dan schone die nog nooit naar een ander zijn uitgestoken.

Welkom dus in de stal van Bethlehem, jij die van goede wil bent, niet weggooit wat gehavend is en helen wil al wie gebroken is.

Doe als God, word mens.

Een zalig, een gezegend kerstfeest
voor jullie allen en allen die je lief zijn!