H. Corneliuskerk

In 1900 werd de Waterstaats­kerk, die eveneens drie­beukig was, vervangen door het huidige neogotische kerk­gebouw, waarbij de middel­eeuwse toren, wederom uit budgettaire overwegingen, in de nieuwe werd opgenomen. Aan de oostzijde herinnert een gedenk­steen aan bouwpastoor Van der Loo (1891 - 1912) die ons, met enige hulp van aannemer G. Mestrum en architect C. Franssen dit monument naliet. Voor de bouw was een bedrag van 40.007,94 gulden nodig.

Toren

Kerk en toren zijn uit dezelfde soort bakstenen opgetrokken. Binnenin de toren zijn de dikke, middel­eeuwse muren, zij het onder een dun laagje pleister­werk, nog altijd zichtbaar. Van het onderste torendeel zijn deze muren zo dik dat er een trap­opgang naar de eerste zolder­verdieping in uitgespaard kon worden. - bijna 1,20 meter, nu, na de ommanteling, circa 1,45 meter dik! Onder is de trap dichtgemetseld.
Omgeven door een balustrade en vier hoekspitsjes als afwerking van de hoek­verzwaringen, vormt de slanke hoge naaldspits een waardige bekroning van deze monumentale toren. Een tweede toren(tje), de angelustoren, is geplaatst op de overgang van de 4de naar de 5de travee van het schip. Ook de achtzijdige traptoren, gedeeltelijk opgenomen in de muur naast de ingang naar de sacristie, wordt bekroond met een ranke spits. Oorspronkelijk vormde deze traptoren een hoektoren. Het gedeelte links van deze toren is in 1922 tot stand gekomen. De uitbouw werd gerealiseerd om daarmee ruimte te maken voor een 'kinderkerk' met 150 zitplaatsen.

Schip

Het basilicale, driebeukige schip,dat uit vijf traveeën plus een koortravee met 5/8 sluiting bestaat, wordt verlicht door spits gebogen triplet­vensters in zowel de lichtbeuk als de recht­gesloten zijbeuken. In de zeven gotische vensters die het koor verlichten zijn gebrand­schilderde glazen aangebracht, in 1901 vervaardigd in het atelier van F. Nicolas en zonen te Roermond. Afgebeeld zijn de zeven sacramenten. Van links naar rechts: huwelijk, eucharistie, biecht, doopsel, vormsel, priesterschap en oliesel.

Interieur

De rijk geprofileerde pijlers, gewelfribben en de dagkanten van de vensters zijn uitgevoerd in schoon metselwerk. De overige onderdelen zijn gepleisterd en voorzien van beschilderingen. Koor en schip worden in visueel opzicht van elkaar gescheiden door een iets naar binnen springende, in schoon metselwerk uitgevoerde triomfboog. In de boog hangt het neogotische triomfkruis (circa 1901) met bijna levensgroot houten corpus en op de hoeken evangelisten­symbolen.

In tegenstelling tot veel interieurs van kerkgebouwen uit die tijd, is de rijke versiering van de Corneliuskerk vrijwel geheel en gaaf bewaard gebleven. In de jaren 1907 - 1908 beschilderde de kerkschilder Emanuel Perey uit Venlo het bepleisterde, zwemstenen metselwerk van de gewelf­velden van schip, oksaal en priesterkoor met gestileerde, gotische bloem­ornamenten en engelen. De engelen in de zwikken van het midden­schip dragen symbolische attributen die bij de daaronder, tegen de pijlers geplaatste gepolychromeerd eikenhouten heiligen­beelden behoren.

Altaren

De drie stenen altaren zijn van de hand van de begaafde beeldhouwer H. van der Geld uit 's-Hertogenbosch. Oorspronkelijk waren de altaren in witte steen uitgevoerd. De huidige polychromie is rond 1970 aangebracht. Op de mensa (altaartafel) van het hoofdaltaar is het offer van Melchisedek in reliëf afgebeeld. Melchisedek was ten tijde van Abraham priester-koning van Salem, het latere Jeruzalem. Eveneens in reliëf, vlak boven de kaarsenbanken, de symbolen van de vier evangelisten. Op het achterstuk in twee reliëfs de onthoofding van paus Cornelius, en het moment van de wonderlijke genezing van een ongeneeslijk zieke. Voor beide gebeurtenissen bestaan geen historische bronnen. De neogotische expositie­troon met kruisgroep, in 1907 op het altaar aangebracht, werd geleverd door de firma Gustaaf van Kalken uit Haarlem.

Het Maria-altaar is gewijd aan Maria, Koningin van de Allerheiligste Rozenkrans. Dit altaar toont onder andere in reliëfs de kroning van Maria, haar toewijding in de tempel, en beeldjes van Joachim en Anna, volgens overlevering de ouders van Maria.

Het Jozefaltaar toont, naast twee beeldjes van Theodorus en Elisabeth, de patroonheiligen van de schenkers van het altaar, die daarmee een in steen gehousen visitekaartje achterlieten- enkele reliëfs van legenden uit het leven van Jozef, zoals zijn huwelijk met Maria en zijn dood.Het vierde altaar,de altaartafel waarop sinds 1970 tot voor kort de eucharistie gevierd werd, is in de eerste helft van de 19de eeuw vervaardigd. Het is van ongekleurd eikenhout en aan de voorzijde voorzien van een medaillon waarin de tafel der toonbroden is gesneden. Thans is het in bruikleen afgestaan aan het nabijgelegen zorgcentrum 'Alde Steeg'. De huidige altaartafel is modern ontwerp, uitgevoerd in zwart en groen marmer, en vormt een eenheid met de ambo en de tafel waarop de benodigdheden voor de eucharistie worden geplaatst.

Doopkapel

Tegenwoordig zijn er zoveel mensen bij een doop aanwezig dat de doopkapel niet langer voor dit doel kan worden gebruikt. De intieme vijfkantige ruimte is nu ingericht als Mariakapel. Het beeld van O.L.Vrouw van Kevelaer staat op een neogotisch pedestal dat werd vervaardigd door de Beuningse timmerman Jan Lelivelt. De kapel wordt devoot verlicht door vier gebrandschilderde ramen, vervaardigd door A. Asperlagh, welke in 1961 werden aangebracht.

Het doopvont is verplaatst naar de linker zijbeuk. Dit neogotisch vont is van steen en wordt afgedekt door een deksel van geel koper. De deksel was een geschenk van de parochie aan pastoor B. Verbakel, bij gelegenheid van zijn 25 jarig priesterfeest Het achtzijdige deksel met symbolen van de vier evangelisten en, onder een baldakijn, een beeldje van Johannes de Doper, is in 1919 vervaardigd door Jonkergouw uit 's-Hertogenbosch.

Gedachteniswand

Een aantal kerkmeubelen wordt niet langer gebruikt voor het doel waarvoor zij indertijd werden aangeschaft. Sommige werden uit de kerk verwijderd, andere kregen een nieuw doel.

De biechtstoel tegenover het doopvont is ingericht als gedachteniswand van overledenen. Hier vinden nabestaanden een plaats waar zij in stilte hun gedachten aan de gestorvene kunnen wijden.

Kruisweg en zilverwerk

Het zilveren priesterfeest van pastoor Verbakel was ook aanleiding voor de aanschaf van de kruisweg. De veertien gedetailleerde statiën met kruisigingtaferelen, werden in de periode 1918 - 1919 op panelen geschilderd door Frans Kops uit 's-Hertogenbosch.

Voor het zilverwerk tekenden verschillende 'meesters'. Het grootste deel van het vaatwerk - monstrans, cibories, kelken - stamt uit de tweede helft van de vorige eeuw en werd vervaardigd door zilversmid.A. Boermans (Venlo, 1830 - 1886). Een van de kelken, ovaal, waarvan de maker onbekend is, werd reeds in 1700 vervaardigd, en de bedieningspyxis is in 1809 gesmeed door Christiaan Rijke uit Boxmeer.

Orgel

Het Beunings kerkorgel is een vertegenwoordiger van het pneumatische type. Bij deze orgels worden de speelbewegingen in plaats van door een mechaniek door middel van luchtdruk via een stelsel van leidingen en membranen naar de pijpen overgebracht. In principe kan dit systeem werken zonder elektrische stroom, maar de luchtvoorziening van de blaasbalg vergt dan wel de inzet van een paar zeer krachtige benen!

Over de herkomst van het orgel is weinig bekend. Het memoriale van 1904 vermeldt: "In het jaar 1904 is door de kerk ƒ 3150 uitgegeven om het oude orgel hoofdzakelijk te laten vernieuwen. Deze restauratie is gedaan door de Gebroeders Franssen te Roermond". Daaruit kan men afleiden, dat belangrijke delen van het orgel uit de vorige kerk werden behouden voor de nieuwe kerk. Hiervoor spreekt ook het feit, dat de overgeplaatste oude blaasbalg niet tegen zijn verzwaarde taak bleek opgewassen, en voor een extra bedrag van ƒ 150 vervangen werd door een nieuwe. De Roermondse orgelbouwer zorgde tevens voor het neogotische exterieur, en leverde het instrument af met 2 klavieren en 18 stemmen

In 1929 bouwde de firma Valckx en van Kouteren uit Rotterdam het orgel om. Men verving onder andere de membraanladen door kegelladen (die bedrijfszekerder waren), installeerde een nieuwe speeltafel, en bouwde vijf nieuwe registers bij. De ombouw bracht tevens een wijziging van het exterieur met zich mee. Na de verbouwing werd het orgel herplaatst in twee afzonderlijke kasten, met de fronten tegenover elkaar. Uiteraard bleef de pneumatiek als zodanig behouden, met alle nadelen van dien, speciaal op het gebied van het onderhoud. In 1967, 1985 en 1993 kreeg het instrument een opknapbeurt.

Restauratie

In 1997 en 1998 zijn kerk en toren ingrijpend gerestaureerd. Bijna 100 jaren weer en wind hadden hun tol geëist. Het benodigde geld, ruim 1,3 miljoen gulden kwam uit eigen vermogen, aangevuld met talloze grote en kleine giften uit de Beuningse gemeenschap.

Bronnen

  • Archief Corneliusparochie Beuningen
  • Archief gemeente Beuningen
  • A.G.Schulte, Het Rijk van Nijmegen, westelijk gedeelte
  • Monumenten Advies Bureau, Grave
  • Gemeente Beuningen
  • Matthijs J.Burger, Kerken in Nederland en België;
  • Bill Risebero, Architectuur
  • Friedrich Jacob, Het Orgel