Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 8-9-2022

Enkele weken geleden had ik de eer om – samen met enkele kundige bouwlieden – de haan, opgeknapt en opnieuw voorzien van een dun laagje bladgoud, terug te plaatsen op de torenspits van onze Corneliuskerk. Hiermee werd de kroon gezet op drie maanden intensief restauratiewerk aan de Corneliuskerk in Beuningen én de Andreaskerk in Weurt. Het is de bedoeling dat onze beide kerken er weer een tijdje tegen kunnen, toekomstbestendig zijn zogezegd.

Hoogtevrees heb ik gelukkig niet. Ik heb vooral genoten van het mooie uitzicht op een weliswaar koude, maar prachtig zonnige dag. Als je daar hangt op een hoogte van bijna zestig meter, is ook nog eens goed zichtbaar hoe ongelooflijk knap zo'n kerk gebouwd is. Vakwerk. En dan ook nog eens met de (relatief) beperkte middelen van toen. Hulde aan onze voorouders!

Toen ik weer met beide benen op de grond stond, vroeg een van de toeschouwers me wat nu eigenlijk de betekenis van die haan op de toren is. Want zo'n geval staat er toch niet voor niets. Welnu, dat zit als volgt.

De haan op de toren verwijst naar de evangeliepassage – vlak voor de arrestatie van Jezus in de Hof van Olijven – waarin Petrus Jezus bezweert dat hij hem nooit ofte nimmer in de steek zal laten: 'Al komen ze allemaal ten val vanwege u, ik zal nooit ten val komen.' Het antwoord van Jezus: 'Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait, zul je me drie keer verloochenen.' Petrus weer: 'Ook al moet ik samen met u sterven, ik zal u niet verloochenen.' (Matteüs 26, 33-35)

We kennen het vervolg. Jezus wordt gearresteerd en Petrus volgt van op een afstand. Aangekomen bij het paleis van de hogepriester waar Jezus zal worden verhoord, wordt Petrus door het aanwezige personeel herkend als leerling van Jezus. Maar hierop aangesproken ontkent hij tot driemaal toe – en op steeds hoger toon – ook maar iets met Jezus van doen te hebben: 'Ik ken die man niet!' Na de derde ontkenning kraait de haan, en Petrus maakt zich huilend uit de voeten. Letterlijk kapot van verdriet.

Daarmee verwijst de haan dus naar het verraad van Petrus. Petrus met zijn grote mond en zijn kleine hart. De leerling die het op het moment suprême zo pijnlijk af laat weten. Je kunt het Petrus verwijten, maar evengoed kun je jezelf de vraag stellen: wat zou ik zelf hebben gedaan? Hoe trouw ben ik zelf? Aan mijn eigen geloof en aan mijn eigen geloofsgemeenschap? Wat heb ik er voor over? Heb ik misschien zelf niet iets weg van die goeie ouwe Petrus, lever ik luidkeels commentaar op wat er zoal niet deugt aan onze kerk – om het vervolgens af te laten weten?

Dat de haan op kerk-torens te zien is, is welbeschouwd heel bijzonder, aangezien het dier oorspronkelijk een heidens afweersymbool was. Bij de kerstening van Europa heeft het christelijk geloof dit symbool overgenomen. Maar dan niet alleen – zoals je op grond van het bovenstaande zou kunnen denken – als teken van zwakte en verraad, maar evenzeer als teken van herstel en een nieuw begin. Als de haan kraait, betekent dat immers ook: de nacht is voorbij, een nieuwe dag breekt aan... En dat geldt ook voor Petrus. Petrus staat op, overwint zichzelf en zal voortaan – als de leider der apostelen, als het 'haantje de voorste' dat hij nu eenmaal is en blijven zal – de christelijke boodschap uitdragen. Naar het voorbeeld van het haantje op de toren: in alle windrichtingen. Tot aan het eind van zijn leven. Tot zijn eigen kruisdood aan toe. Over trouw gesproken...

De haan op de toren: een symbool dat ons wijst op onze menselijke tekortkomingen, maar tevens op de mogelijkheid een nieuw begin te maken. Altijd en overal. In je eigen leven. Als geloofsgemeenschap. Wie doet er mee? Wie durft?

Pastor Ruud Roefs