H. Corneliuskerk (historie)

De plek waarop onze parochiekerk staat, heeft een lange geschiedenis. Vermoedelijk stond er reeds in de twaalfde eeuw een kerk. Vermoedelijk, omdat dit slechts uit getuigenissen van een zekere Sigistappus, die omschreven werd als 'sacerdos de Bonigge' (priester van Beuningen) kan worden afgeleid. Als kerkelijke gemeente komt Beuningen pas in de tweede helft van de 13de eeuw in de stukken voor.

De Reformatie

Tussen 1637, toen de eerste predikant bezit nam van de kerk, en 1799 werden de katholieke bewoners van Beuningen gedwongen 'ondergronds te gaan'. Dat gebeurde vanaf 1652 letterlijk: vanaf dat jaar tot 1745, hielden zij, samen met de katholieken van Ewijk en Winssen, hun diensten in een schuilkerk die was ingericht in de kelders van kasteel Doddendaal te Ewijk. Een geschilderde sterrenhemel, waarvan de resten in de oostelijke vensternis nog vaag zichtbaar zijn, herinnert aan die jaren. Later hielden de katholieken hun erediensten in het huis De Roskam, waar in 1795 ook P. van Maasacker, de eerste r. k. pastoor domicilie vond.

Het is overigens onjuist te veronderstellen dat deze schuilkerk een vorm van illegaliteit vertegenwoordigde: iedereen in het dorp, de dominee en burgemeester incluis, was waarschijnlijk op de hoogte van het bestaan van deze kerk. Zolang het gebouw waarin de erediensten werden gehouden van buitenaf maar niet als kerk herkenbaar was - onder andere torens en gebrandschilderde ramen waren taboe - kregen deze 'kerken', naarmate de 17de eeuw vorderde, steeds meer speelruimte.

De Heilige Cornelius en een nieuw schip

In 1799 kregen de katholieke dorpelingen hun kerk, toen nog bestaande uit de toren en het koor, samen met de pastorie en het kerkhof opnieuw in bezit. Op last van de Bataafse Republiek werden deze restanten van de hervormden overgenomen. Tegen 'een pondsgewijze uitkering' wel te verstaan.

In de periode 1801 - 1803 bouwde de parochie op eigen kosten een schip tussen toren en koor.

Zij kozen ook een nieuwe patroonheilige voor hun kerk: de H. Cornelius, die in de plaats kwam van de H.H. Cosmas en Damianus, die tot dan als kerkpatroons voor de parochiekerk van Beuningen fungeerden. Over de reden van deze wijziging is niets opgetekend. Die is wellicht gelegen in de opvattingen van deze patroonheilige, en de overeenkomst tussen de situatie, waarin de gelovigen uit zijn tijd, en de katholieken uit het begin van de negentiende eeuw verkeerden. Cornelius stamde uit het geslacht Cornelii. Deze gegoede Romeinse familie voerde een hoorn (cornu) als familiewapen. Cornelius was paus van 251 tot 253. Het was een wrede tijd: zoals vaker gedurende de eerste eeuwen, werden de christenen staatsgevaarlijk geacht. Ze werden vervolgd, gevangen gezet en ook wel gedood. Velen gaven ondergronds uiting aan hun geloof (zoals enige eeuwen later in onze gewesten, getuige de schuilkerk in Doddendaal) tot zij weer in het volle daglicht konden treden. Ook degenen die als afvalligen werden gekenmerkt, maar in werkelijkheid hun geloof vaak slechts uit lijfsbehoud verloochenden.

Sommige christenen, in Cornelius' tijd onder aanvoering van Novatianus, vonden dat deze afvalligen moesten worden gestraft. Anderen wilden hen in de geest van hun geloof juist vergeven en hen als broeders en zusters weer opnemen in hun kring. Gesterkt door zijn grote vriend Cyprianus, bisschop in Noord-Afrika, predikte paus Cornelius vergevingsgezindheid. Dat moest hij echter bekopen met verbanning en mogelijk ook met de dood door onthoofding. Mogelijk, want ook al bevindt zich in het hoofdaltaar van de Corneliuskerk een reliëf van deze dood, we weten niet zeker dat hij zo aan zijn einde kwam! Bij zijn verbanning werd Novatianus tegenpaus.

Misschien vond de toenmalige Beuningse geloofsgemeenschap na de woelige jaren van de Reformatie en de Contrareformatie, in Cornelius een waardige patroon voor hun herstelde kerk. Een heilige die hen kon sterken om hun gewezen onderdrukkers en degenen die opnieuw in hun gemeenschap opgenomen wilden worden, te vergeven.

Vanwege het wapen van de Cornelii wordt Cornelius vereerd als patroon van het vee. Het vee speelde in die jaren waarschijnlijk een belangrijker rol voor de dorpsgemeenschap dan in onze tijd. Ook dat kan natuurlijk de reden zijn dat Cornelius toentertijd als kerkpatroon werd verkozen. Hoe dan ook, feit is dat de Beuningse parochiekerk sinds 1803 met de H. Cornelius een verbintenis heeft! En dat wil zij weten ook: op verschillende plaatsen in de kerk, wordt hij afgebeeld als paus met tiara en staf en een hoorn in de hand.

Toren en kerk

In 1845 dreigde de kerk in te storten, zodat men in 1846 tot de bouw van een nieuwe 'Waterstaatskerk' overging. De uit de 14de eeuw daterende toren werd om financiële redenen gespaard.

Volgens een uittreksel van de gemeenteraad van 5 februari 1851 werd aan het kerkbestuur toegestaan een ingang tot hun nieuwe kerk te maken 'door den daaraanstaanden toren'. Hiertoe werd een toegangspartij in de westzijde van de torenromp ingebracht. Het duurde tot 1949 voordat ook de toren tot de bezittingen van de kerkelijke autoriteiten behoorde, tot dat jaar was dit opmerkelijke gebouw eigendom van de gemeente. Zo'n (gemeente)toren diende dan ook veel burgerlijke doelen zoals (uit)zichtpunt, alarmering en tijdwijzer.

Bij de overdracht (om niet) claimde de gemeente gelijktijdig de bevoegdheid om bij rampen en uitzonderlijke gebeurtenissen de klok te laten luiden: '..o.a. wordt hier ook gedacht aan overlijden van een lid van het vorstenhuis'.

De Communiebank

Bij de laatste grote verbouwing van ons kerkgebouw in de jaren zestig heeft men het priesterkoor vergroot. Een van de gevolgen was, dat de communiebank het veld moest ruimen. Acceptabel, mits men niet zo onverschillig was omgegaan met dit fraaie beeldhouwwerk. Net als de altaren was de bank van de hand van de kunstenaar H. van der Geld. En het is doodzonde, dat er niets van bewaard is gebleven. Het verhaal gaat, dat de kandelabers in de vorm van engelen de sloop hebben overleefd. De rest schijnt echter als puin gestort te zijn.

De communiebank kende drie reliëfs met links de afbeelding van het Laatste Avondmaal. In het midden is een voorstelling te zien met twee drinkende herten, waarschijnlijk de allegorie uit psalm 42 of uit Jesaja 35. Rechts ziet men de Bruiloft van Kana afgebeeld. In een van de vier nissen is Cornelius te vinden. De personen in de overige drie zijn op de foto niet duidelijk te herkennen. Twee ervan zijn in ieder geval bisschop.

De beschildering is nog niet aangebracht, waaruit is op te maken, dat de foto dateert van vóór 1908. De koperen kroon boven de uitstalruimte voor het H. Sacrament ontbreekt eveneens. De godslamp hangt thans op een andere plaats. Verder zijn achter het altaar de intacte vensters van het koor te zien, het werk van glazenier Nicolas uit Roermond. De ramen waren opgebouwd rond de afbeeldingen van de zeven sacramenten. Deze gedeelten van de oorspronkelijke vensters zijn gelukkig bewaard gebleven. De rest was bij een vorige restauratie niet meer te redden

De preekstoel

Behalve de communiebank is ook de preekstoel uit onze kerk verwijderd. Jammer dat er niets van behouden is.

Op de foto links uit 1963 ziet u neomist pater Thomassen vanaf deze plek zijn homilie houden. De figuren op de zijkant van de preekstoel beelden de grote profeten af. Ook zij zijn van de hand van de maker van de altaren: Hendrik van der Geld.

Op de foto rechts zijn tevens de kroonluchters te zien die het schip verlichtten.

Links ziet u de pasgewijde priester samen met pastoor Schoenmakers bij het binnenkomen van de kerk. Op de achtergrond een deel van de nu afgebroken woning van de toenmalige koster aan de Dorpssingel.

De foto rechts geeft een indruk van het priesterkoor met de thans verdwenen wandbeschildering.