24e zondag door het jaar (B-jaar)

Jakobus 2, 14-18; Marcus 8, 27-35

We hebben het de laatste weken kunnen aanschouwen. Afghanistan verlaten – in de steek gelaten – en de Taliban nemen hun oude posities weer in. En mensen slaan wanhopig op de vlucht, hun leven niet zeker. Fanatieke strijders rekenen meedogenloos af met alles wat niet in hun eigen religieuze straatje past. In naam van God. Hun God. De enig ware God wel te verstaan. Gods eer – zo klinkt het – staat op het spel. Dood dus aan de ongelovigen. Aan niet- en andersgelovigen. Allahoe akbar! God is groot!

God is groot. Ja. Of zijn mensen eerder klein, benepen en tot weinig verdraagzaamheid in staat? Minstens ook het laatste. Want leven en laten leven, het valt ook niet mee. Ook niet voor gelovige mensen. Om maar een voorbeeld te geven: bijna elke keer als er een film over het leven van Jezus uitkomt, ontstaat er op enig moment heibel – en vliegen voor- en tegenstanders elkaar in de haren. Soms in de meest letterlijke zin van het woord. Een aantal jaren geleden was dat nog het geval in Italië. Toen daar een (blijkbaar) nogal controversiële film over het leven van Jezus werd vertoond, liepen de gemoederen zo hoog op dat de rechter eraan te pas moest komen. Deze oordeelde: de film toont ons weliswaar een andere Jezus dan de Jezus die de kerk ons voorhoudt, maar dat is nog geen reden om hem te verbieden. Ook niet als bepaalde gelovigen hem als kwetsend ervaren. Kwetsend of godslasterlijk. Er bestaat ook nog zoiets als het recht op vrijheid van meningsuiting. Bovendien: niemand is verplicht die film te gaan zien – waarmee je je dus gemakkelijk de nodige ergernis kunt besparen. Een heel redelijke uitspraak, zo lijkt me. Bovendien: het zijn mensen die er moeite mee hebben. Ik denk dat God wel tegen een stootje kan. Maar Hem wordt meestal niets gevraagd.

Wanneer mensen – in woord of in beeld – tot uitdrukking brengen wie Jezus voor hen is, zijn er al gauw mensen van hogerhand – of van onderop, ook die! – die zeggen dat dat niet juist is: 'Zo mag je Jezus niet noemen, niet zien, niet beschrijven, niet schilderen – en als je dat toch doet, is dat niet in overeenstemming met de leer.' Soms lijkt dat terecht – maar vaak ook niet. Desondanks blijft het een onuitroeibaar fenomeen: mensen die menen dat het hen toekomt te oordelen over wat 'waar' is en wat niet – met als gevolg een eeuwenlange geschiedenis van mensen die worden verketterd en boeken die worden verboden; van mensen op de brandstapel; van liederen die niet mogen worden gezongen en van tafelgebeden die niet mogen worden uitgesproken. Desondanks gaan mensen verder en betreden zij nieuwe, ongebaande wegen – en blijkt, met andere woorden, ook hier het leven sterker dan de leer.

Hét beeld van Jezus bestaat niet. Met de tijd en met de mens verandert het beeld van Jezus. Het is voortdurend in beweging en ontwikkeling. We kennen de oude Christus Pantocrator, de strenge rechter en albeheerser – de lijdende Christus, de mens in doodsnood – en de revolutionaire profeet van de jaren '60. Tot Jesus Christ Superstar aan toe. Velen van u zullen die film hebben gezien. Telkens opnieuw hebben schrijvers, schilders, dichters, theologen, wetenschappers en talloze anderen Jezus 'getekend', gestalte gegeven – op hun eigen manier. En allemaal zagen ze hem anders. En allemaal hadden ze gelijk. En ongelijk tegelijkertijd. Jezus is immers niet te vangen in één enkel beeld. Zoals dat overigens geldt voor ieder mens. Niet voor niets kent het Nieuwe Testament vier evangeliën. Vier verschillende antwoorden op de vraag wie Jezus is. En dan hebben we het niet eens over al die andere evangeliën die niet tot de officiële canon van het Nieuwe Testament zijn toegelaten. Andere, afwijkende geluiden, ze zijn van alle tijden. 'Wie zeggen de mensen dat ik ben?', vraagt Jezus aan zijn leerlingen. Er wordt blijkbaar over hem gepraat. Het antwoord van zijn leerlingen is niet bepaald eensluidend. Sommigen – zo weten de leerlingen te vertellen – zien in Jezus Johannes de Doper, want net als deze roept Jezus mensen op anders te gaan leven. Kom tot inkeer, keer om – zo zegt hij. Word een nieuwe mens. Anderen zien in hem Elia, de profeet die ze kennen als een man die geen blad voor zijn mond neemt en – met gevaar voor eigen leven – zijn stem verheft tegen hen die het volk uitbuiten en knechten. Anderen tenslotte zien in hem de zoveelste profeet, een in een rij van velen, die uit naam van God de weg wijst naar een betere toekomst: het Rijk van God. Opvallend genoeg gaat Jezus hier niet verder op in. Blijkbaar is hij niet echt geïnteresseerd in wat 'men' van hem vindt en zegt. Veeleer is hij benieuwd naar wat zijn leerlingen van hem vinden: 'Maar jullie, wie zeggen jullie, wie zeg jij dat ik ben?'

En dan zit Jezus – denk ik – niet op een spitsvondig theologisch antwoord te wachten, noch op een fraai geformuleerde belijdenis of een welomschreven dogma. Keurig binnen de kerkelijke lijntjes. Wie Jezus voor ons is, moet – zo blijkt uit het vervolg – niet zozeer blijken uit onze woorden, maar vooral uit onze levenshouding. Uit dat wat wij doen. Deze fundamentele overtuiging komen we tegen in de brief van Jakobus (eerste lezing) waar deze zegt: 'Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? [ … ] Laat mij maar eens zien dat je kunt geloven zonder daden; ik zal u door mijn daden tonen dat ik geloof.' (Jakobus 2, 14-18) Mooi gesproken, denk je dan. En natuurlijk heeft Jakobus gelijk. Maar … wat doe ik ? Wat doe ik als morgenvroeg een vluchteling bij me aanbelt..?

Eenvoudig is het niet om mijn belijdenis concreet te maken – om naast een mens van het woord ook een mens van de daad te zijn. Om – na Jezus als 'voor-ganger' te hebben beleden – hem ook daad-werkelijk te volgen en met hem op weg te gaan. Jezus' weg gaat immers niet over rozen. In elk geval niet over rozen zonder doornen. Niet voor niets wordt hij in het Evangelie meer dan eens vergeleken met de zogeheten 'dienstknecht van de Heer', zoals we die ontmoeten in het boek van de profeet Jesaja. De dienstknecht van de Heer, die model staat voor ieder mens die er bewust voor kiest zijn leven in dienst van God te stellen – zich bewust van het risico dat met die keuze verbonden is. Het Rijk van God, het komt. Maar wel met de nodige hindernissen en barensweeën. Door pijn en lijden heen. Zoals ook de heilige Cornelius, de patroon van deze kerk – letterlijk – aan den lijve heeft ervaren.

Petrus – zo lees ik bij Marcus – lijkt dat niet te vatten, of niet te kunnen of willen accepteren. Hij belijdt, in alle oprechtheid, zijn geloof wanneer hij zegt: 'U bent de Messias.' (Marcus 8, 29b) Maar zodra Jezus verwijst naar het lijden dat hem te wachten staat (en daarmee het triomfantelijke messiasbeeld van Petrus op een gevoelige wijze onderuithaalt), sputtert Petrus heftig tegen – zoals alleen hij dat kan. Met zijn grote mond en zijn kleine hart. Dat toch nooit! En dan krijgt die brave Petrus, die het toch zo goed met zijn meester voorheeft, ongenadig op zijn duvel: 'Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.' (Marcus 8, 33b) 'Weg jij … Opgeduveld!' Harde taal. Taal die een mens tegen de borst stuit, maar die – hard en direct als zij is – vooral bedoeld is om duidelijk te maken dat mijn keuze voor Jezus en zijn boodschap, voor een leven in dienst van het Rijk van God, geen garantie is voor een weg die vrij is van hindernissen en pijn. Integendeel, zo houdt dat weerbarstige evangelie van vandaag ons voor. Dat Rijk van God, het komt niet zonder slag of stoot. Blijkbaar is en kan het niet anders. Maar – zo ontdek ik als ik het verhaal van Marcus verder lees – ik mag me troosten met de gedachte dat Goede Vrijdag – ook in mijn eigen leven, ook in de gemeenschap die wij samen mogen vormen in Jezus' spoor – niet het laatste woord heeft. Ook niet als kerken worden gesloten. Het verhaal van Jezus – en dat van ons – eindigt niet met een punt. Zo'n venijnige punt als in 'punt uit'. Het eindigt met een dubbele punt. Met een vervolg. Want God is er ook nog. De God die ons draagt en vasthoudt – getrouw aan zijn naam: 'Ik zal er zijn'.

Dat het ons gegeven moge zijn in dat vertrouwen samen verder te gaan. Gods toekomst tegemoet. Kome wat komt.

Pastor Ruud Roefs

Andere (recente) overwegingen / preken

Datum Voorganger Viering
5 september 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
22 augustus 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Weurt
15 augustus 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Weurt
8 augustus 2021 Andreaskoor Weurt, SV Woord- en Communieviering Weurt
8 augustus 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
1 augustus 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
25 juli 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Weurt
11 juli 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Beuningen
27 juni 2021 Ruud Roefs Sluiting Johannes de Doper kerk
20 juni 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Weurt
13 juni 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Ewijk
5 juni 2021 Ruud Roefs Sacramentsdag
30 mei 2021 werkgroep WoCo Woord- en communieviering Ewijk
23 mei 2021 Roman Gruijters Pinksteren
16 mei 2021 werkgroep WoCo Woord- en communieviering Ewijk
16 mei 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Beuningen
13 mei 2021 Ruud Roefs Hemelvaart 2021
9 mei 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
25 april 2021 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
18 april 2021 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Ewijk